Het Centrum voor Maatschappelijke Documentatie en Coördinatie is 30 jaar jong

Het Centrum voor Maatschappelijke Documentatie en Coördinatie is 30 jaar jong. Op het kruispunt van documentaire vereisten en sociale acties
We hadden een gesprek met directrice Solveig Pahud.  

Onze informatiemaatschappij – sinds de Europese Raad van Lissabon heeft men het steeds vaker over ‘kennismaatschappij’ – leidt tot macro-economische effecten, beïnvloedt het wetenschappelijke onderzoek, bevordert de creatie van netwerken van actoren... We weten ook dat de Informatie- en Communicatietechnologie een impact heeft op tal van aspecten, zoals de vrije tijd, de cultuur, de gezondheid, het time management, het sociaal gedrag.

De digitale kloof is een nieuwe vorm van maatschappelijke uitsluiting. Men onderneemt heel wat politieke en maatschappelijke acties om deze kloof te dichten. Ze kan het gevolg zijn van uiteenlopende factoren: geslacht, leeftijd, geografische situering, tekort aan middelen… Net zoals een boek voor veel mensen tot in de XIXde eeuw een zeldzaam (want duur en ontoegankelijk) goed was, vergt ook ICT een technische en educatieve investering, die niet binnen ieders mogelijkheden ligt.

Kunnen de « netwerken » van actoren, het coördineren van de krachten en de knowhow, het delen van goede initiatieven tussen professionals de brug slaan tussen mens en techniek? Dominique Wolton (onderzoeker, schrijver en communicatiespecialist) stelt: « Informatie en communicatie zijn de grote politieke uitdagingen van de XXIste eeuw en de culturele samenleving een noodzakelijke bouwsteen voor de 3de mondialisering »

De informatie- en communicatiemaatschappij is levendig, rijk en soms beangstigend. Elke professional is op interdisciplinaire manier betrokken bij haar ontwikkeling.  

We vroegen Solveig Pahud, juriste en sinds 30 jaar directrice van vzw CMDC-CDCS, om haar ervaring en visie op de kennismaatschappij van vandaag en morgen met ons te delen.  
 
Hoe verschillend is het verzamelen, archiveren en verspreiden van informatie in vergelijking met 30 jaar geleden, toen u als jonge vrouw aan het hoofd kwam van het Centrum?  

Het is zowel gelijk als verschillend. Het is gelijk omdat de focus van het Centrum voor Maatschappelijke Documentatie en Coördinatie in de begindagen vooral op het maatschappelijke lag, meer dan op de documentatie. En eigenlijk is dat vandaag nog altijd zo. Het is verschillend omdat de technieken om informatie te verzamelen, op te slaan en te verspreiden totaal gewijzigd zijn sinds de komst van de informatietechnologie. Het CMDC-CDCS is sterk verankerd met het Brusselse sociale leven. In tegenstelling tot de klassieke documentatiecentra, ontwikkelde het zich gedurende 15 jaar met een team dat uitsluitend uit maatschappelijk werkers bestond, in nauw overleg met de sociale scholen en zonder bibliothecaris-documentalist. Door de sociale informatie te laten evalueren en ter beschikking stellen door maatschappelijk werkers, wilden de stichters tegemoet komen aan de behoeften van het doelpubliek: de huidige en toekomstige professionals uit de psycho-medisch-sociale sector. Het basisidee was destijds: om de informatie afdoend te verspreiden, is het beter dat maatschappelijk werkers zich richten tot maatschappelijk werkers. Met de komst van de ICT werd de grens van dit oorspronkelijke concept duidelijk. Daarom vervoegden er vanaf de late jaren 90 professionals inzake documentatie het Centrum. Die specifieke knowhow was nodig om de nieuwe documentatiesoftware in te stellen en te beheren, en om de overgang van papieren naar digitale informatie in goede banen te leiden. Beide specialiteiten harmonieus laten samenwerken en elkaar aanvullen is momenteel één van de grote uitdagingen van het Centrum.  

Dit is slechts het prille begin van een nieuw systeem om informatie uit te wisselen. We zullen steeds meer een rol moeten spelen als doorgeefluik tussen de academische, sociale en politieke werelden.

Een product als www.hospichild.be is bijvoorbeeld tegelijk gebaseerd op de wensen vanuit het werkveld en de research door de wetenschap, waar de politiek rekening mee houdt en dat operationeel werd in onze projecten.    

Binnen onze vakgebieden valt er nog veel te leren over hoe internet gebuikt wordt om de speler in elk van ons aan de oppervlakte te brengen.

De echte revolutie van de online campagne van Barak Obama is dan ook niet zozeer kwantitatief van aard (door de vele internauten die reageerden) maar vooral kwalitatief, omdat de virtuele strategie uitmondde in een reële ondersteuning. Zowel financiële ondersteuning als een ondersteuning vanuit het werkveld, waarbij internauten van sociale netwerken werden omgevormd tot militanten. Zijn campagne maakte van het internet een informatiemedium en een mobiliserende tool.  

Datzelfde effect – vanzelfsprekend teruggebracht tot de juiste proporties – zouden we moeten teweegbrengen bij de netwerken van actoren, die zich vandaag vormen rond projecten als Hospichild of Sociaal Brussel Online ( www.sociaalbrussel.be). 
 
  De naam ‘Centrum voor Maatschappelijke Documentatie en Coördinatie’ wijst ook op een luik ‘coördinatie’. Een middel om de banden tussen de verschillende netwerken uit het werkveld aan te halen?  

De term « coördinatie » als deel onze naam is schatplichtig aan mei 68. Het CSDC zag het levenslicht eind van de jaren 70, toen die maatschappelijke gebeurtenissen nog sterk nazinderden. In deze context verwees de term coördinatie naar de energie en de geest van samenwerking, die ontsproten aan de studentenbeweging en snel hun weg vonden naar alle bevolkingsgroepen. Het was vooral een uitdrukking van een zeker militantisme en een gemeenschappelijk engagement, meer dan van een samenwerking.    

Vandaag krijgt de term een nieuwe betekenis: het bevorderen van externe netwerken. Opmerkelijk: bij de komst van de ICT vreesden we voor het verwateren van de onderlinge banden en waarden, terwijl het tegenovergestelde gebeurde.

Die angst werd in het begin nog gevoed door de enorme inspanningen, die nodig waren om te veranderen van model. Gedurende een viertal jaren trok het Centrum zich terug in zijn cocon, om de technologische metamorfose in goede banen te leiden en over te schakelen van papieren naar digitale informatie. Die fase ligt nu achter ons, zodat we opnieuw kunnen naar buiten treden als communicatoren, om de coördinatie van het werkveld optimaal te coördineren.     
 
Vandaag behoren termen als ‘kapitaliseren’ en ‘mutualiseren’ tot de woordenschat van de ICT.  Wijst dit op een nieuwe manier om informatie over te dragen?  

De informatie maakt momenteel een gelijkaardige evolutie door als de politiek. De democratische beginselen staan onder druk en moet nieuw leven ingeblazen worden door enerzijds burgerlijke actie en anderzijds door participatieve democratie. Inzake informatie evolueert het tijdperk van de ‘vertegenwoordiging’ (nl. het aanbieden en verzamelen van belangrijk geachte informatie door een redacteur) snel naar een tijdperk van ‘participatie’, waar de redacteur de middelen moet aanreiken om de werkelijkheid te beïnvloeden. Amper drie jaar geleden, toen de Hospichild website werd ontwikkeld, identificeerde de projectcoördinatrice de administratieve, economische, schoolse, juridische en professionele informatie die van doorslaggevend belang bleek voor deze website, die zich richt tot ouders van zwaar zieke en gehospitaliseerde kinderen en tot de professionals uit de sector. Dat was toen zeer innovatief. Vandaag volstaan het centraliseren en updaten van de informatie niet langer om een duurzame impact op de werkelijkheid uit te oefenen. Om de website op de lange termijn zinvol te houden, moeten we de informatie beschouwen als iets dat oplossingen aanreikt, om zo aan te zetten tot actie.  

Het concept ‘informatie als aanreiker van oplossingen’ vertrekt vanuit 5 krachtlijnen: 1) er bestaan antwoorden voor de grote maatschappelijke uitdagingen, 2) elk individu informeert zich en reageert op de informatie die antwoorden biedt op deze uitdagingen, 3) ieder van ons kan een speler zijn en een doorslaggevende rol spelen om de maatschappij te veranderen, 4) het is van belang positieve en concrete initiatieven in de media te brengen, die een gedeeltelijk antwoord bieden op de problemen en ten slotte 5) geestdrift en actie zijn de drijfveren van individuele en collectieve vooruitgang.  

Binnen deze context zullen onze paradepaardjes, zoals Sociaal Brussel Online en Hospichild, de komende jaren sterk evolueren. Ik denk dat heel wat informatie in een andere mediale vorm kan bestaan: filmpjes, beelden, kleine affiches...   

Het project « Parking + » speelt bijvoorbeeld in op de participatieve benadering. Het doel: bij de burger de wil opwekken om iets concreets te doen voor zorgverleners aan huis. Zij mogen zich voor onze garagepoort parkeren wanneer wij uit werken zijn of wanneer ons dat niet hindert. Dit vergt tal van beslissingen vanwege de burger, zoals zich inschrijven op een website, een affiche aanbrengen op de garagepoort, enz. Dit project wordt momenteel onderzocht, maar het is de vrucht van een uitwisseling tussen verpleegkundigen, kinesisten en iemand van het Centrum die goede ideeën inzamelde om de mobiliteit van zorgverleners in de grootstad te bevorderen.

Van de bij de oprichting van de Hospichild website, voelde het begeleidingscomité aan dat tegelijk een internettool en een menselijk netwerk moesten opgebouwd worden en de vraag die zich op basis van onze ervaringen stelt is: hoe kunnen we het netwerk aanzetten tot actie? Samen content creëren? Goede praktijken ontwikkelen? Ontmoetingen organiseren? Communities creëren, zoals er reeds veel bestaan op het web? Ja maar dan met een meer systemische en ‘triggerende’ verwachting dan andere fenomenen, die nog moet verwoord worden. We gaan een beetje tewerk zoals de alchimisten, zonder altijd de draagwijdte van onze pogingen af te wegen tegenover andere, al dan niet succesvolle pogingen.

Dat vraagt dag na dag het nemen van risico’s, het vastleggen van momenten van « verlangen » waarbij de actoren zich betrokken voelen (bijv. iemand stelt een vraag over een onderwerp dat veel mensen na aan het hart ligt, waardoor deze meteen gaan interageren, oplossingen aanreiken, ervaringen beschrijven...), het steeds aanzetten tot initiatieven, het aangaan van opeenvolgende ervaringen en het onophoudelijk bijsturen. De alchimist is ook een dirigent. Hij stelt een reactief organisatiemodel op punt, dat gekenmerkt wordt door competenties en gestructureerd door projecten.  
 
Tot besluit: hoe ziet u de kennismaatschappij van morgen?  

Ik ben geen filosofe, geen informatiesociologe. Ik wil bescheiden blijven. Ik kan alleen afgaan op mijn observaties van de praktijk en voel me zeker geen profeet. Ik meen wel een grote experimentele ruimte te zien, die eigen ‘online’ informatie wil opbouwen om militante actie te sturen, tegenover de vooruitgang op het terrein (offline). In tegenstelling tot velen die oordelen dat de sociale banden verloren gaan en de waarden verschrompelen, ben ik het eens met François Ascher, een Franse socioloog en urbanist, die het idee verdedigt dat individualisering, rationalisering en sociale differentiatie  - de kenmerken van de moderne maatschappij – veel talrijker en selectieve sociale banden doen ontstaan en nieuwe politieke uitdagingen inhouden.  
 
 
Bedankt voor dit gesprek.    



_



 




 

Laatste wijziging op Donderdag 29 Oktober 2009